maandag 5 november 2007

Nederland in Afghanistan 3

Het enige interessante in het "artikel" van Arnon Grünberg in het Handelsblad van vrijdag jl. is de mededeling aan het begin al dat het besluit om de missie in Afghanistan na de afgesproken twee jaar voort te zetten al is genomen. En "iedereen" is daarvan al op de hoogte. "Iedereen", dat is iedereen daaro, in Afghanistan. Nu geloof ik niet dat het besluit al formeel genomen is, wel dat deze regering het besluit zál nemen. Zo is zij geprogrammeerd. Door zichzelf. De missie is gode welgevallig en dus... Zulks heet bij dat soort mensen geprogrammeerd zijn. "Dat soort mensen"? Ja, het soort dat gelooft dat alleen het geloof zalig maakt. Zeker niet de feiten.
Van één feit zijn zij zeker wel op de hoogte, namelijk dat Nederlanders niet zo dom zijn als zij denken (sorry, geloven). Voor de zoveelste keer - onderzoek naar de legitimiteit van deelname aan de oorlog in Irak, referendum over de Europese "grondwet", zinloosheid van de missie in Afghanistan - gaat het kabinet zijn eigen gang, stiekem, zoals gebruikelijk. De truuk is deze keer, zoals ik al in mijn vorige blog heb uiteengezet, het laten gaar stoven van "het onvermijdelijke": als "iedereen", d.w.z. alle NAVO-vriendjes, het nu jammer vindt dat wij niet meedoen, ons spelbrekers vindt, dan kunnen "wij" niet anders.
En dan, het idee dat je maar een handvol soldaten hoeft te sturen om een staat te vormen, een staat in een land dat er helemaal geen wil zijn, dat zijn eigen organisatievorm heeft, waarvan "wij" niets begrijpen (omdat "wij" het niet willen begrijpen), dat idee is van het niveau van een kleuter. Ik zeg het nog maar eens: "wij" hebben er meer dan 10 eeuwen over gedaan om een staat te worden; en "wij" waren ook een stammengemeenschap. De staatsvorming is een vrij uniek, westers proces geweest dat niet zo maar over te dragen is, behalve als metafoor.
Een van de mensen die een leven lang heeft geprobeerd dat proces te beschrijven en te doorgronden was P.W.A. Immink (1908-1965), hoogleraar aan de Universiteit van Groningen. Een van zijn bekendste boeken hierover is "La liberté et la peine" (1971). "Liberté" betekent vrijheid, nietwaar, het spul waar Bush c.s. zo vaak de mond van vol heeft. En met "peine" bedoelt Immink het publieke strafrecht, dat wat de staat de bevoegdheid geeft je meer of minder van je vrijheid te beroven. Strafrechtelijk te beroven, want de berovingen van de vrijheid door bestuurlijke maatregelen, waaronder de belastingen, komen niet eens aan bod, waarschijnlijk ten gevolge van het feit dat het boek van Immink zich beperkt tot de zg. allodiale en koninklijke perioden, zeg maar de tijd van de Germanen, in actuele termen, de tijd van de stammen, de stamoversten, de krijgsheren en de "imams" (in ons land). De "liberté" van die tijd was precies de vrijheid die de stammen in Afghanistan hadden totdat zij door het Westen werden lastig gevallen. Zij veranderde doordat er koningschap ontstond. Met die instelling begon het proces van staatsvorming. "Aan het begin van de ontwikkeling die na eeuwen uitloopt op de verschijning van die vreemde instelling die wij "staat" noemen...", met die woorden begint Immink het deel van zijn boek dat de verandering van het vrijheidsbegrip door het ontstaan van de staat bestudeert. "De vreemde instelling die wij "staat" noemen..." ("...cette étrange institution que nous appelons "État"..."). Wij, nous, die met de staat allang vertrouwd zijn. Het was natuurlijk vooral voor die Germanen een vreemde instelling. Zij werd hun ook opgelegd. Door de koningen, die aanvankelijk zichzelf oplegden, gewoon gewapenderhand. In hun eigen belang. Uit "staatsbelang" inderdaad, maar de staat was de staat van de koning; zijn vermogen en het staatsbelang was niets anders dan zijn eigen privé belang. De koningen hebben de staat gemaakt. Van de oorspronkelijke vrijheid bleef alleen maar over wat de koning goedvond, niets dus. Tot de Franse Revolutie, toen de koning zelf van zijn vrijheid werd beroofd en onderworpen werd aan de wet, heeft dit geduurd. Dat was meer dan tien eeuwen later.
Dit onderwerp, zegt Immink, behoort tot de meest fundamentele en meest complexe problemen van de geschiedenis van het westerse recht. Niets meer of minder.
En het was hier echt niet principieel anders dan in Afghanistan.
Men begrijpt dat de kwestie Afghanistan er niet een is van afslanken en doorgaan. Staatsvorming daar, de noodzakelijke voorwaarde voor "vrijheid en democratie", als die al het doel moeten zijn, lukt niet door de overtuiging dat de staat zo'n mooi goed is, zeker niet als die overtuiging moet worden overgedragen door mensen in gevechtstenue. Ook niet door soldaten die nauwelijks de kinderschoenen ontgroeid zijn. Nog minder door soldaten die uit Nederland komen waar het staatsbegrip nooit sterk is geweest. Nog veel minder door Nederlandse legerleiders die hooguit in een of ander bijvak geschoold zijn in een beetje staatsleer. Nog weer veel minder door een politiek die dit soort feiten onderschat en zo graag "weldoet". Daar gaat het hier niet om, truttebollen. Haal die soldaten weg en bedenk iets anders. Ik begrijp best dat er van die clubjes zijn, intergoevernementele clubjes, waar je mensen tegenkomt die "er iets van begrijpen", - die ook geschoold zijn in...ja, in wat? in politicologie? in staatsrecht? in partijpolitiek? Dat is allemaal onvoldoende. In antropologie? Ook onvoldoende - mensen met wie je gezellig kunt dineren en wandelgangetje spelen, die ook zo'n last hebben van "het volk" - "als er maar eens geen volk was, dan zou regeren pas echt fijn zijn, hahahaha" - de bondgenoten dus, de "willing" - en dat je in die clubjes niet op je bek mag gaan. Het volk kan dat geen zak schelen, maar ja, dat is dan ook het vulgus. Die moet je niet alles vertellen, die moet je nergens om vragen, die moet je opleggen, belastingen, en bovenal het zwijgen.
Laat je niet door die dingen meeslepen. Sla Immink er nog eens op na. Vraag je af of het niet helemaal anders moet, zonder uniformen en helmen. Schuif die honderden miljoenen door naar Koenders. Of zo.

Waarom is het zo stil rond "Nederland in Afghanistan"? Omdat de publieke opinie nog niet rijp is, nog wat moet doorstoven. En... het zendingswerk is toch ook geslaagd? Tohoch?

woensdag 31 oktober 2007

Olie

Ik kan niet nalaten te wijzen op het uiterst heldere artikel van Michael Schwartz op de weblog van Tom Engelhardt, Why Did We Invade Iraq Anyway? Putting a Country in Your Tank. Een stapje verder dan dit artikel en je begrijpt waarom de VS de steeds schaarser wordende olie móéten hebben: zij zijn eraan verslaafd. Wij hebben hier te maken met de kapitalistische versie van dezelfde verslaving als die aan drugs. America moet kunnen rijden, liefst de hele wereld over. Dit is dus des poedels kern, een verslaving. Het dwangmatige karakter van de Amerikaanse operaties in het Midden-Oosten is hiermee volledig verklaard. Ik dacht eigenlijk de laatste dagen dat het de angst was, maar dit komt op hetzelfde neer: dwangmatigheid en dienovereenkomstig ongezeggelijkheid, hysterie. Geen wonder dat men daar ook zo schichtig is over de drugsverslaving. Dat is de spiegel van de eigen gebrekkigheid. De fouten die je in een ander ziet zijn je eigen fouten. Niemand ziet ze zo scherp als degene die er vergeefs tegen vecht. Men zegt het meestal netjes: Amerika is "dependent" van olie, maar het juiste woord is: olieverslaving, "oiladdiction".

dinsdag 30 oktober 2007

Nederland in Afghanistan 2

De Nederlandse regering schijnt de stelling te hebben betrokken dat de missie in Afghanistan doorgaat als er voldoende steun te vinden is bij de andere landen. Associated Press bericht het volgende:

"Afghanistan: Gates Doubts Europeans’ War Commitment
By THE ASSOCIATED PRESS
Published: October 26, 2007 At a conference of army leaders from 38 European nations in Heidelberg, Germany, Defense Secretary Robert M. Gates questioned the commitment of some NATO allies to winning in Afghanistan, saying the outcome there was at “real risk” because some European nations were unwilling to provide enough troops and resources to the mission. “A handful of allies are paying the price and bearing the burdens,” he said in remarks that were notably critical of European governments. He spoke hours after leaving a two-day meeting of NATO defense ministers in the Netherlands, where he pressed for more troops for Afghanistan. There were no promises. “If an alliance of the world’s greatest democracies cannot summon the will to get the job done in a mission that we agree is morally just and vital to our security,” he told the European generals, “then our citizens may begin to question both the worth of the mission and the utility of the 60-year-old trans-Atlantic security project itself,” meaning NATO, which was created in 1949. His remarks drew little reaction from the generals, who applauded politely when he finished." (Ontleend aan The New York Times.)
De ministers van de NAVO-landen doen geen toezeggingen, generaals van 38 Europese landen tonen weinig reacties... Waarom niet? Voor Nederland schijnt de betekenis van de missie duidelijk te zijn. Men heeft alleen maar voldoende steun nodig en dan gaat men verder. Waarom wel? Om weer eens de uitzondering te zijn? Om idealistische motieven? Dat zijn de slechtst denkbare. M.i. leeft de Nederlandse missie bij de gratie van een illusie. Men kan het kort samenvatten: als er geen fatsoenlijk functionerende staat is, is hulp op de uiterst kleine schaal die Nederland biedt zinloos en verspild geld.
Lees ook eens het rapport van Chatham House, The Royal Institute of International Affairs, getiteld: Coalition Warfare in Afghanistan: Burden-sharing or Disunity?, over de vorderingen daar. Conclusie: te weinig mankracht, geen samenhangend beleid en steeds minder eenheid tussen de bondgenoten. Drie obstakels moeten volgens de gangbare mening worden overwonnen: de fragmentatie, het zogenaamde terrorisme en de drugshandel. Men moet daar inmiddels aan toevoegen dat er door de bondgenoten en in het bijzonder de Amerikanen meer wordt verpest dan gepresteerd, zodat ook zij een obstakel zijn geworden.

vrijdag 26 oktober 2007

Nederland in Afghanistan

"Wij" worden natuurlijk geacht "het te hebben geweten", als straks besloten wordt in Afghanistan te blijven. Eerst heeft de regering verklaard dat alle opties open zijn gebleven. Vervolgens heeft minister Bos duidelijk gemaakt dat er internationaal nadruk wordt gelegd op de mogelijkheid van vertrek om de bondgenoten ertoe te verleiden toezeggingen tot deelname te doen (niet omdat Nederland vertrek serieus overweegt). Partijgenoot Koenders verlegt de aandacht van ontwikkelingssamenwerking naar conflictgebieden, zoals Afghanistan, waarmee hij in de pas loopt met de VS die ontwikkelingssamenwerking steeds meer gaan beschouwen als onderdeel van militaire strategie. Dan wordt erop geattendeerd dat vertrek van Nederland aan politieke vriend De Hoop Schepper een "persoonlijke" afgang zal kosten. Tjonge jonge, die arme Jaap. Vervolgens komen een aantal toezeggingen los, niet van aflossing van Nederland, nee, van steun aan de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Die landen kun je natuurlijk na zoveel druk niet in de kou laten staan en het laten afweten. Wordt er rekening mee gehouden dat die steun wel eens onvoldoende zal blijken te zijn? (En wat die "toezeggingen" betreft: waren die er ook niet bij Srebreniza?) Het laatste nieuws is dat Nederland de ontwikkelingswerkzaamheden op een lager pitje zet en is overgegaan tot het offensief tegen "de Taliban".
Verlenging van de aanwezigheid van Nederland in Afghanistan wordt zo langzamerhand "onvermijdelijk" (gemaakt). En de Nederlanders worden klaar gestoomd voor de beslissing over blijven of vertrekken. Kan iemand zich nog voorstellen dat Nederland aanstonds de handen vrij heeft om te beslissen toch maar te vertrekken?

maandag 15 oktober 2007

Des poedels kern

Het verbaast mij telkens weer dat er zo argeloos wordt doorgepraat over de missies in Irak en Afghanistan. Alsof het om gewapend zendingswerk gaat. Zo van wij brengen de zegeningen van vrijheid en democratie die samen een absoluut goed vormen, zodat wij gerechtigd zijn om deze dingen gewapenderhand op te leggen. (De Verenigde Staten doen helemaal net of zij van Hogerhand - hoger hand dan die van de VN - de opdracht hebben gekregen tot deze zending, hetgeen alle gedrag legitimeert.) Een van de interessantste camoeflagetactieken is die van het verwaarlozen van het onderscheid tussen motivering en motivatie. Het eerste, motivering, is een intellectuele of rationele activiteit, het tweede een psychische; het eerste geeft "redenen" voor gedrag, het tweede in het driftleven wortelende drijfveren. Die laatste kunnen diametraal tegenover de beleden redenen staan.
Dit is niet erg nieuw. Al de katholieke denkers van de Middeleeuwen konden onderscheid maken tussen de "animus dominandi" en het "justum bellum", m.a.w. tussen de begeerte naar macht en de goede gronden waarop men geweld mocht - en misschien ook - moest gebruiken, als ultimum remedium.
Officieel is het Westen bezig in het Midden-Oosten, althans in bepaalde landen, te liberaliseren en te democratiseren. Dat zijn de beleden redenen van zijn aanwezigheid. Over de motivaties wordt gezwegen. Een aantal zijn er wel bekend, zij het als vragen of hypotheses van analisten. Ik doe een greep. Gaat het om fundamentalisme? Om Superpower Syndrome of imperialisme? Is het olie en worden er “resource wars” gevoerd? Zijn het belangen van een stel contractors die profiteren van prachtige contracten en “lawlessness"? Zijn het strategische overwegingen in het geopolitieke spel van de supermachten VS (cum “willing”), China, Rusland, India? Is het idealisme dat “freedom and democracy” aan het Iraakse - en binnenkort Iraanse - volk brengt? Is het dom anti-islamisme? Is het “botsing van culturen”? Is het “de tirannie - van Saddam Hoessein - verdrijven”? Is het de klassenstrijd? Wat is des poedels kern?
Zoals de middeleeuwse denkers onderscheid maakten tussen begeerte en rechtvaardigheid, zo moet men ook nu onderscheid maken tussen de drijfveren en driften die tot het gewapende gedrag leiden, en de rechtvaardigheid ervan. Motieven alleen zijn niet genoeg, de motivaties moeten ook zuiver zijn.

donderdag 11 oktober 2007

Goed bestuur

The New York Times van vandaag geeft een verslag van een toespraak van de staatssecretaris van defensie van de VS, Robert Gates, voor een verzameling van zowel gepensioneerde als nog niet gepensioneerde soldaten. Gates kapittelt daarin het leger en beticht het ervan dat het zich nog steeds richt op conventionele oorlogen in plaats van op de onconventionele, zoals die in Irak en Afghanistan worden gevochten. Die zullen de komende tijd de voornaamste soort slagveld opleveren. Dat zal inderdaad wel zo zijn en blijven als de Amerikanen doorgaan met hun imperialistisch beleid. Het wordt zelfs nog erger.
Nog niet zo lang geleden werden zij ervan beschuldigd zich te gedragen als de Oom Agent van de wereld. Dat is nu voorbij. Het imperialisme moet andere vormen krijgen, anders komt er niets van terecht. In de toekomst "... Army soldiers can expect to be tasked with reviving public services, rebuilding infrastructure and promoting good governance. All these so-called nontraditional capabilities have moved into the mainstream of military thinking, planning and strategy, where they must stay. ... Success will be less a matter of imposing one’s will and more a function of shaping behavior of friends, adversaries, and most importantly, the people in between,” zei de ex-CIA chef.
In goed Nederlands: wij, de Amerikanen, moeten ons meer toeleggen op vorming van het gedrag van vrienden, van tegenstanders en vooral van mensen onder elkaar. Onze soldaten moeten meer tot taak krijgen om openbare diensten te laten functioneren, infrastructuren te herstellen en goed bestuur te bevorderen.
Men zou dit kunnen toejuichen als men niet zulke slechte ervaringen had gehad met de Amerikanen. De indruk is steeds meer dat hun eigen openbare diensten slecht functioneren, dat hun infrastructuur toe is aan enorme verbeteringen en ook dat "good governance" (b.v. op het gebied van onderwijs, zorg, sociale zaken) knudde is. Zij maken zich aan de lopende band schuldig aan schending van het internationale recht en ondermijning van de internationale rechtsorde. Zij dwingen mensen tot vriendschap of kopen ze op. Zij zijn zelf zo individualistisch dat zij geen notie hebben van hoe gedrag van mensen onder elkaar anders dan als competitie, prestige, geweld, e.d. er uitziet.
Het toppunt van levensgevaarlijke onnozelheid is wel de stelling dat men deze taken tot die van het leger moet gaan rekenen. (Dat ze dan weer uitbesteedt aan "contractors" als Blackwater.) Hiermee kapittelt Gates niet "the Army", maar het reguliere ontwikkelingswerk. Gates schijnt niet te weten dat de "nieuwe" taken die hij opsomt voor de ontwikkelingswerkers volstrekt niet "nontraditional capabilities" zijn, maar hun gewone dagelijkse werk. Er zijn al veel klachten in de VS zelf over de alomtegenwoordigheid van veiligheidsmaatregelen (b.v. afluisterpraktijken) waardoor het land bezig is een politiestaat te worden. De hele wereld moet voor Gates in de toekomst in het gelid.
Wij, Nederlanders, laten trouwens ook een regering het standpunt handhaven dat de ontwikkelingswerkers vervangen moeten worden door soldaten.